strategyaligned Op de wachtlijst

Kennisbank

Hoe je groei en marge tegen elkaar afweegt in je strategie

Groei tegen marge afwegen is geen kwestie van een knop die je op 60% groei en 40% marge zet. Het is een keuze die je op elke laag van je strategie opnieuw moet maken, en die keuze verandert zodra je van visie naar concrete target gaat.

Het probleem is meestal niet dat niemand een mening heeft over groei versus marge. Het probleem is dat de verkoopdirecteur groei bedoelt als omzet, de CFO marge bedoelt als nettoresultaat, en de operationeel directeur allebei vertaalt naar capaciteit. Ze hebben het over dezelfde spanning, maar niet over hetzelfde niveau.

Waarom "groei versus marge" op elk niveau iets anders betekent

Op het niveau van de visie is groei-versus-marge nog een richting: word je het bedrijf dat marktaandeel pakt, of het bedrijf dat rendement optimaliseert op een bestaande positie? Dat is een keuze over identiteit, niet over cijfers.

Zodra je naar de vision state gaat — het beeld van waar je over drie tot vijf jaar staat — wordt die richting een spanning tussen twee paden die allebei geloofwaardig zijn. Een machinebouwer van 180 medewerkers kan kiezen voor een tweede productlijn die omzet verdubbelt met dunnere marges, of voor specialisatie in een niche met hogere marge maar een kleiner plafond. Beide passen bij "marktleider worden", maar ze vragen andere investeringen en andere mensen.

Op het niveau van de target wordt het pas een getal: 15% omzetgroei bij een marge die niet onder de 12% zakt, bijvoorbeeld. Dat getal is alleen bruikbaar als de laag erboven — de vision state — al een keuze heeft gemaakt. Zonder die keuze wordt het target een gemiddelde van wat elke afdeling wilde, en een gemiddelde is geen strategie.

Het klassieke conflict: sales wil groei, finance wil marge

Dit conflict speelt in bijna elk bedrijf tussen 50 en 300 medewerkers, en het wordt zelden opgelost door een discussie in de directiekamer. Het wordt opgelost — of juist niet — doordat sales en finance allebei hun eigen target formuleren zonder dat die targets tegen dezelfde vision state zijn getoetst.

Een voorbeeld: een softwarebedrijf van 90 medewerkers had een salesteam dat op nieuwe klanten werd afgerekend en een financeteam dat op EBITDA werd afgerekend. Beide targets waren op zichzelf logisch. Het probleem ontstond omdat niemand had vastgelegd of de vision state "grootste speler in de regio" of "meest winstgevende speler per klant" was. Dat is precies het patroon dat beschreven staat in wat doe je als afdelingsdoelen elkaar tegenwerken: de afdelingen werken niet tegen elkaar omdat ze onwillig zijn, maar omdat de laag die de keuze had moeten maken, leeg is gebleven.

De acht dimensies: waar marge het meest wringt

Een dubbele toets op acht dimensies maakt zichtbaar op welke dimensies groei en marge elkaar daadwerkelijk raken, in plaats van dat het bij een algemeen gevoel blijft. Klantsegment en capaciteit zijn vaak de dimensies waar de spanning het scherpst wordt: meer klanten werven in een segment met lagere marge vraagt andere capaciteit dan minder klanten bedienen met hogere marge per klant.

Bij een groothandel van 220 medewerkers bleek de toets dat de gewenste groei alleen haalbaar was met een capaciteitsuitbreiding die de marge onder het gestelde minimum zou drukken — tenzij het klantsegment verschoof naar grotere orders. Die verschuiving was zelf weer een keuze die op het niveau van de target state gemaakt moest worden, niet iets dat vanzelf uit een spreadsheet rolde.

Confidence gates: durf je de knop echt om te zetten

De vijf confidence gates dwingen op een aantal vaste momenten de vraag af of de organisatie de gekozen balans tussen groei en marge daadwerkelijk aandurft, of dat het op papier een keuze is en in de uitvoering toch weer alles-tegelijk wordt geprobeerd. Dat verschil tussen een keuze op papier en een keuze die stuurt, is ook waar het onderscheid tussen doel en ambitie zichtbaar wordt — zie wat is het verschil tussen een doel en een ambitie voor hoe die twee zich tot elkaar verhouden.

Een gate die vaak misgaat: de organisatie zegt "ja" tegen minder groei en meer marge in de vision state, maar het salesplan van volgend jaar is ongewijzigd. Dat is geen falen van de mensen, het is een teken dat de laag ertussen — de target — nooit is bijgesteld.

Wat u nu kunt doen

De eerste stap is niet een discussie over percentages, maar een check of uw vier lagen — visie, vision state, target, target state — dezelfde keuze tussen groei en marge uitdragen. Dat kunt u toetsen met is uw visie stuurbaar, zes vragen over die vier lagen die in enkele minuten duidelijk maken waar de keuze nog ontbreekt of nog tegenstrijdig is.

Als die vier lagen eenmaal consistent zijn, is de volgende vraag niet meer wat u wílt, maar wat het kóst: welke rollen en taken de gekozen target state vraagt, naast wat er vandaag al aan capaciteit staat. Die capability-terugvertaling is de brug tussen de gekozen balans en de werkvloer, en het verschil in uren dat daaruit komt, staat uitgewerkt in de werkscan op ftetoai.com.

Mariade assistent van de ambitietoets

Vertel wat u wilt bereiken, dan kijken we samen wat daarvoor moet staan.

Antwoorden komen uit de kennisbank van deze site. Geen advies op maat, en geen scan van uw bedrijf.